Wij maken gebruik van cookies voor onze service. Bezoek je onze website dan ga je akkoord met de cookies. Meer informatie
Home > Alle artikels > De bevalling inleiden: wanneer, hoe en waarom?

De bevalling inleiden: wanneer, hoe en waarom?

Terug
5132

De baby komt niet altijd ter wereld op het verwachte moment. In enkele specifieke gevallen helpt het medisch team de natuur een handje door de bevalling kunstmatig op gang te brengen.


De bevalling inleiden: wat houdt het precies in?

Een bevalling inleiden, betekent: een reeks medische procedés toepassen om de weeën op gang te brengen. Dat kan gebeuren via toediening van geneesmiddelen, via mechanische middelen of een combinatie van beide.


In de eerste plaats om medische redenen

Als uw gynaecoloog of vroedvrouw u voorstelt om de bevalling in te leiden, is dat in veruit de meeste gevallen om medische redenen. Onder meer:

  • Over tijd gaan: de termijn van een zwangerschap bedraagt gemiddeld 40 weken amenorroe (WA). Sommige moeders bevallen kort vóór die termijn in uitstekende omstandigheden, andere kort erna. Als de verlenging van de zwangerschap echter geen voordeel betekent voor de foetus of te veel risico’s inhoudt, kan de arts overwegen om de bevalling in te leiden, gemiddeld na 41 WA en zeker vóór 42 WA.
  • Een gevaar voor de moeder: hypertensiezwangerschapsdiabetes, hartinsufficiëntie, longziekte …
  • Een gevaar voor de baby: bij verontrustende tekens bij de foetus (te groot of te klein, abnormaal hartritme, bepaalde misvormingen enz.).
  • Te vroeg breken van de vruchtwaterzak: als de weeën nog altijd niet begonnen zijn na een termijn die varieert van 6 tot 24 uur na het breken van de vliezen, wordt er in de meeste gevallen voorgesteld om de bevalling in te leiden. De steriliteit van de baarmoeder is dan immers niet langer gewaarborgd, en er is gevaar voor een infectie.


De bevalling inleiden om ‘comfortredenen’

In zeer zeldzame gevallen kan de bevalling worden ingeleid voor het ‘persoonlijk comfort’, met andere woorden: op verzoek van de patiënte, om niet-medische redenen. Zwangerschapsuitputting, angst dat de gynaecoloog-verloskundige of vroedvrouw er op de dag zelf niet zal zijn, familiale problemen enz. De redenen zijn talrijk. Toch moet er absoluut aan enkele voorwaarden voldaan worden:

  • De baarmoederhals moet rijp zijn (uitzetting, ligging, stevigheid en lengte moeten gunstig zijn voor de geboorte van het kind).
  • De zwangerschap moet voldragen zijn: minstens 39 weken amenorroe.


Gebruikte technieken

De manier om een bevalling in te leiden, hangt af van de toestand van de baarmoederhals:

De baarmoederhals is niet klaar

Als de baarmoederhals niet klaar is (d.w.z. niet voldoende uitgezet en verweekt), kan de arts u prostaglandines voorschrijven in de vorm van gel, een bandje, vaginale of orale tabletten of via intraveneuze toediening. Die hebben hetzelfde effect als de prostaglandines die natuurlijk aangemaakt worden door het lichaam: ze veranderen de stevigheid van de baarmoederhals, veroorzaken vervolgens de contracties en doen de hals uitzetten.

De baarmoederhals is klaar

In dat geval bestaan er verschillende – overwegend mechanische – methoden:

  • Het losmaken van de vliezen: de arts of de vroedvrouw plaatst een vinger tussen de rand van de baarmoederhals en de vruchtwaterzak, om hem los te maken. Deze techniek heeft als doel de afscheiding van prostaglandines op gang te brengen, en kan dus de weeën inleiden. De methode is vooral doeltreffend als de baarmoederhals goed rijp is en het hoofdje van de baby zich in de juiste positie bevindt. Het losmaken van de vliezen kan hinderlijk en ietwat pijnlijk zijn, en ook gepaard gaan met licht bloedverlies.
  • De ballontechniek: bij deze methode wordt er een soepele sonde ingebracht in de baarmoederhals, met een ballonnetje aan het uiteinde. Eenmaal op zijn plaats wordt het ballonnetje opgeblazen met steriel water. De druk op de baarmoederhals stimuleert de uitzetting (dilatatie). Deze techniek kan eveneens hinder en wat pijn veroorzaken.
  • Het breken van de vliezen: zijn de weeën al enige tijd begonnen, maar de vliezen nog altijd intact, dan kunnen ze kunstmatig gescheurd worden met behulp van een instrument met een haakje aan het uiteinde. Deze techniek is niet pijnlijk, want de vliezen hebben geen zenuwuiteinden. Voor of na deze artificiële scheur kan er een infuus met ocytocine (een hormoon dat de weeën veroorzaakt) worden toegediend.

Welke risico’s?

Een kunstmatig ingeleide bevalling leidt meestal tot langere weeën, zeker als de baarmoederhals niet klaar is.

Na het breken van de vliezen zijn de contracties vaak pijnlijker. De risico’s van een opgewekte bevalling zijn beperkt, maar wel reëel.

Het belangrijkste risico is dat de inleiding mislukt, doordat de baarmoederhals niet uitzet, ondanks de regelmatige weeën, of omdat de foetus de weeën niet verdraagt. In beide gevallen wordt er gekozen voor een keizersnede.


Publicatiedatum: 25-05-2018




Vond u het artikel leuk ? Zie andere artikelen over vrouwelijke gezondheid op Gyn&co en meld je gratis aan voor hun nieuwsbrief !


Artikel geschreven door Gyn&Co
Meer artikels lezen

Contact ons